Zymofix kweekt biostimulanten op een substraat van mest

Het Gentse biotechbedrijf Zymofix wil in Deinze miljoenen euro's investeren in een eerste fabriek om met een nieuwe technologie schimmels en bacteriën te kweken die kunnen worden ingezet als biostimulanten. De biostimulanten versnellen de wortelgroei en maken gewassen weerbaarder tegen schadelijke schimmels of insecten. Bij de productie gebruikt het bedrijf mest als basisgrondstof.

De mest gaat in een vat waarin stoom wordt geïnjecteerd waarbij de temperatuur oploopt tot ruim 200 graden. Alle ziekteverwekkers sterven. De vrijkomende ammoniak  wordt afgevangen. Wat overblijft, is een steriele slurry die vervolgens wordt ontwaterd tot een potgrondachtige substantie. Dat materiaal gebruikt Zymofix in de volgende stap om micro-organismen  te kweken in fermentatietanks. Dat gebeurt onder de juiste temperatuur, druk en relatieve vochtigheid. Het eindresultaat is een poeder of korreltjes. De bacteriën worden pas weer actief zodra ze in contact komen met water en andere stoffen op het veld.


Zymofix zoekt en ontwikkelt de micro-organismen die van waarde zijn als biostimulant niet zelf. Dat doen andere bedrijven, variërend van kleine start-ups tot grote multinationals als Bayer en Syngenta. Het bedrijf uit Gent heeft een technologie ontwikkeld om deze micro-organismen voor landbouwtoepassingen goedkoop te kunnen kweken. De sleutel ligt in het gebruik van een substraat dat vergelijkbaar is met de bodem waarin ze leven.


Zymofix heeft in opdracht van gewasbeschermingsbedrijven al 140 micro-organismen getest voor toepassing bij aardappelen, suikerbieten, granen. Dit jaar gaat de omzet richting 1 miljoen euro. Die is nog voornamelijk afkomstig van proefprojecten, maar enkele klanten zijn overtuigd van het concept en willen commercieel groeien.Daarom wil de onderneming circa 10 miljoen euro investeren in een grotere installatie. Een nieuwe kapitaalronde is in de maak. De ambitie is daarmee micro-organismen te kweken voor toepassing op 1 miljoen hectare landbouwgrond. 

Bron: De Tijd, 20/02/2026
Publicatie: 23-02-2026