Geen afwijkingen in vergunningsvoorwaarden van mestverwerker Fertimass

De Vlaamse minister van Omgeving Brouns weigert twee afwijkingen in de vergunningsvoorwaarden die het mestverwerkend bedrijf Fertimass in Maaseik had gevraagd. Daardoor moet het bedrijf een groenbuffer aanleggen en aangevoerde mest via de geijkte weegbrug registreren.

De discussie over de twee afwijkingen in de vergunning sleept al vijf jaar aan. De voorganger van Brouns weigerde het ook al in 2022. De Raad voor Vergunningsbetwistingen vernietigde die beslissing een jaar later, waardoor de Vlaamse overheid opnieuw moest oordelen. De nieuwe beslissing is er nu met het besluit van Brouns.


Fertimass stelt dat de groenbuffer moeilijk te realiseren is omdat daarvoor een deel van de bestaande verharding van de toegangsweg moet worden opgebroken. Aan de andere zijden van het terrein is volgens het bedrijf wel groen aanwezig. Omdat de activiteiten binnen plaatsvinden en de poorten alleen opengaan voor aan- en afvoer, vindt Fertimass een extra groenbuffer aan de voorkant niet nodig. Ook de Gewestelijke Omgevingsvergunningscommissie vond het uitbreken van de verharding niet proportioneel en adviseerde een afwijking toe te staan.


Brouns volgt dat advies niet. Volgens de minister toont Fertimass onvoldoende aan dat de loods een gelijkwaardig alternatief is voor een groenbuffer. De loods kan mogelijk visuele hinder en geur beperken, maar Fertimass maakt niet duidelijk hoe de loods bescherming biedt tegen bijvoorbeeld hinder door transporten. Brouns weigert ook de afwijking voor de weegbrug. Fertimass wilde vrachtwagens met vloeibare mest niet via de weegbrug registreren, wanneer de hoeveelheid al wordt gemeten met debietmeters die aan de Mestbank gekoppeld zijn.


Fertimass kan de nieuwe beslissing van Brouns opnieuw aanvechten bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen.

Bron: Het Nieuwsblad, 30/10/2026
Publicatie: 03-11-2026